Dit landgoed, even ten zuiden van Banyalbufar was al in de Romeinse tijd bekend om zijn bron. Toen Jaime I het eiland veroverde, verdeelde hij het in vier leengebieden. Eén ervan gaf hij aan graaf Nuno Sanç, die zich in La Granja vestigde. In 1239 droeg de graaf het landgoed over aan cisterciënzer monniken die er het eerste
klooster van Mallorca stichtten. Sinds 1447 is het privé-eigendom van verschillende adellijke families. De huidige gebouwen dateren grotendeels uit de 17de eeuw.
Tot de hoogtepunten van de rondleiding horen een aristocratische tekenkamer, een huistheater, een familiekapel en een kerker met een martelkamer. Maar de voornaamste reden voor een bezoek aan La Granja is om iets te leren over plattelandstradities van Mallorca. In de werkplaatsen, kelders en keukens zijn uitstallingen te zien van alledaagse gebruiksvoorwerpen. Op woensdag- en vrijdagmiddag geven vrouwen in klederdracht demonstraties van kantklossen, borduren en spinnen, lopen de ezels in de druivenpersmolen en kunt u kaas, wijn, worst en vijgenkoekjes proeven. Als u geluk heeft, kunt u er getuige van zijn hoe een coca (Mallorcaanse pizza) uit de oven wordt gehaald. Ook zijn er misschien niet zo authentieke, maar wel leuke volksdansvoorstellingen met doedelzakmuziek.
Als u geen zin heeft in een groepsrondleiding, kunt u in alle rust de 1200 meter lange gemarkeerde wandelroute volgen en de botanische tuin, de waterval en de duizendjarige taxusboom bewonderen. Kijkt u ook even bij de bezienswaardigheid die in de gids is aangeven als 'hond'; inderdaad een hond, een ca de bestair, oftewel een zwarte Mallorcaanse wachthond aan een ketting.
Openingstijden:
In de maanden april t/m september dagelijks geopend van 10.00 – 19.00.
In de maanden oktober t/m maart dagelijks geopend van 10.00 – 18.00.