Ook al zou men nog zoveel moeite doen – en zoveel moeite doet men nu ook weer niet -, Valldemossa komt niet los van haar band met Frédéric Chopin en zijn minnares George Sand. Zij arriveerden in 1838, huurden een voormalige kloostercel om, ver van het Parijse roddelcircuit aan hun relatie te werken, en in de hpop dat het klimaat Chopins gezondheid goed zou doen (hij leed aan tuberculose). Maar alles liep anders. Het weer was nat en winderig, het paar werd verguisd door de lokale bevolking, Chopins piano kwam maar niet, en hun verhouding raakte in het slop. Sand spuwde haar gal over Valldemossa in een hatelijk boek, Een winter op Mallorca, dat door de lokale bevolking – in het boek beschreven als dieven en wilden – nog steeds vrolijk wordt gesleten aan de bezoekers.
Het Reial Cartoixe (koninklijk kartuizer klooster) is het doel van iedere bezoeker. Gangen met witte gewelven voeren naar ‘cellen’ met tentoonstellingen over verschillende onderwerpen. Bezoek de oude apotheek waar de geur van de kruiden nog hangt, en de bibliotheek waar de monniken eens per week een halfuur bijeen kwamen; hun enige menselijk contact. Er is ook een fraaie collectie moderne kunst met werk van Picasso, Miró en Juli Ramis, en natuurlijk is er de cel van Chopin.
De meeste mensen komen voor het Chopin-gevoel, maar er is in Valldemossa heel wat meer te beleven. Het is ook de geboorteplaats van Catalina Thomás, de beschermheilige van Mallorca. Een boerendochter, geboren in 1531. Zij werd non in Palma en was befaamd om haar deemoed. Ze stierf in 1574 en werd in 1792 zalig verklaard en in 1935 heilig. Haar geboortehuis in Carrer Rectoría 5 is veranderd in een ‘heiligdom’.