Calvià doet denken aan een oude vrouw die de
lotería heeft gewonnen en niet weet hoe ze met haar succes moet omgaan. Tot voor kort was het een bescheiden plattelandsstadje, maar het was bingo voor Calvià toen de toeristen de nabijgelegen
stranden ontdekten, en nu heet het één van de rijkste gemeenten in Spanje te zijn. Er zijn enkele opzichtige prestigeobjecten zoals het fonkelnieuwe stadhuis en het sportstadion. Maar over het algemeen voltrekt het leven zich zoals vroeger, met de okerkleurige huizen, een handvol winkels en bars en de kippen die rondscharrelen tussen de olijfbomen.
Het dorp wordt gedomineerd door de kerk van Sant Joan Baptista, die aan het einde van de 18de eeuw om het 13de-eeuwse origineel heen is gebouwd. Hier vlakbij vindt u bij een fontein een muurschildering waar de geschiedenis van Calvià is uitgebeeld. Toen de stad in 1249 werd gesticht, had zij 80 inwoners, in 1960 3000 en in 1950 al 11.560, allemaal dankzij het toerisme. Als u vanaf het terras uitkijkt over de amandel- en carobbomen, is het moeilijk te geloven dat de toeristenoorden van ‘Maganova’ slechts enkele kilometers verderop liggen.